﻿NAAM
    wcd - Wherever Change Directory

    chdir voor DOS en Unix

OVERZICHT
        wcd [opties] [map]

BESCHRIJVING
  Overzicht
    Wcd is een commandoregel programma om snel van map te veranderen. Het
    bespaart tijd tijdens het typen. Men hoeft alleen maar een deel van de
    mapnaam te typen en wcd springt er heen. Wcd heeft een snelle selectie
    methode wanneer er meerdere treffers zijn, en biedt de mogelijkheid om
    aliassen van mappen aan te maken en om mappen in de ban te doen. Wcd
    biedt ook een schermvullende interactieve boomweergave met snelzoek
    functie.

    Wcd is gemodelleerd naar Norton Change Directory (NCD). NCD verscheen
    voor het eerst in *The Norton Utilities, Release 4*, for DOS in 1987,
    gepubliceerd door Peter Norton.

    Wcd is geschikt gemaakt voor verschillende commandoregel shells: DOS
    command.com, Windows cmd.exe en PowerShell, OS/2 cmd.exe, en Unix shells
    zoals Bourne (sh), Bourne Again (bash), Korn (ksh), Z (zsh), en C (csh)
    shell en anderen draaiend op elk besturingssysteem.

    Wcd ondersteunt 8 bit tekensets op alle systemen, en heeft optioneel
    ondersteuning voor Unicode. Zie paragraaf LOKALISTIE.

    Zie paragraaf INSTALLATIE hoe wcd voor persoonlijk gebruik in te
    stellen.

  Basisgebruik
    Standaard, wanneer geen jokertekens gebruikt worden, zoekt wcd een map
    met een naam die begint met de naam die getypt is.

    Bijvoorbeeld deze opdracht zal veranderen naar de huidige gebruikers map
    "/home/user/Desktop":

        wcd Desk

    Wanneer er meerdere treffers zijn zal wcd een lijst presenteren van alle
    treffers. De gebruiker kan een keuze maken met enkele toetsaanslagen
    (meestal een).

  Jokertekens
    Wcd ondersteunt de volgende jokertekens:

        *       treft een willekeurige reeks van tekens (nul of meer)
        ?       treft een willekeurig teken
        [SET]   treft willekeurige tekens in de gespecificeerde set,
        [!SET]  of [^SET] treft willekeurige tekens niet in de
                gespecificeerde set.

    Een set wordt samengesteld uit tekens of reeksen; een reeks ziet er uit
    als *teken koppelteken teken* zoals in "0-9" of "A-Z". "[0-9a-zA-Z_]" is
    de minimale set van tekens toegestaan in de "[..]" patroon
    samenstelling. Internationale tekens (d.w.z. 8 bit tekens) zijn
    toegestaan als het systeem ze ondersteunt. Om de speciale syntactische
    betekenis van elke van "[]*?!^-\"binnen of buiten een "[..]"
    samenstelling te onderdrukken en exact gelijke te treffen, laat het
    teken vooraf gaan door een backslash ("\") teken.

    Het gebruik van jokertekens maakt krachtige zoekmethodes mogelijk.
    Bijvoorbeeld dit treft elke mapnaam die eindigt op "top".

        wcd *top

    Tref mappen die ergens "top" in de naam heeft:

        wcd *top*

    Tref elke map die die begint met "a", "b" or "c":

        wcd [a-c]*

    Het is ook mogelijk om een deel van het pad op te geven. Hier zoekt Wcd
    naar een map die begint met "Desk" en wiens pad overeenkomt met
    **me/Desk**.

        wcd me/Desk

    Het is toegestaan om elke expressie met schuine strepen en jokertekens
    te typen. B.v.:

        wcd src*/*1?/a*2

  Overig gebruik
    Wanneer geen jokertekens gebruikt zijn en wcd vindt een perfecte
    treffer, zullen alle niet exacte treffers genegeerd worden. Dit gedrag
    kan gewijzigd worden met de -w optie.

    De interactieve mappen-verkenner kan met de optie -g gestart worden.

        wcd -g

    Wcd genereert een boomdata-bestand waarin de map gezocht wordt. Op Unix
    en Windows voegt wcd ook symbolische koppelingen toe wanneer de schijf
    gescand wordt, maar deze worden niet gevolgd. Wanneer symbolische
    koppelingen gevolgd worden, zou wcd oneindige lussen kunnen scannen, of
    zeer grote delen van een netwerk.

    Wcd kan ook veranderen naar mappen die niet in het boomdata-bestand
    staan. B.v.:

        wcd ..

    Wanneer wcd een treffer heeft gevonden, maar niet naar de map kan
    veranderen, probeert hij deze te verwijderen uit het standaard
    boomdata-bestand. Niet uit het extra boomdata-bestand. Zie ook optie -k.

    Wcd houdt een mappenstapel bij die opgeslagen wordt op schijf. De stapel
    heeft een standaard grootte van 10 en is cyclisch. Zie opties -z, -, +
    en =.

    In een omgeving met meerdere gebruikers kan optie -u gebruikt worden om
    naar mappen van andere gebruikers te veranderen.

    Op DOS en Windows systemen maakt het niet uit of een slash "/" of een
    backslash "\" als mappen-scheidingsteken gebruikt wordt.

    Het is mogelijk op DOS en Windows systemen om tegelijk van schijf en map
    te veranderen door de mapnaam vooraf te laten gaan door de schijf naam.

        wcd d:games

  Windows UNC paden
    De Windows versies (Opdrachtprompt, PowerShell, MSYS, zsh, Cygwin)
    ondersteunen Windows SMB LAN UNC paden zonder schijfletter, zoals
    "\\servername\sharename". Wcd voor de Opdrachtprompt maakt gebruik van
    het "pushd" commando om automatisch een UNC pad toe te wijzen aan een
    schijfletter. In Windows PowerShell, MSYS, zsh en Cygwin worden UNC
    paden volledig ondersteund. De huidige werkmap kan een UNC pad zijn.

  Interfaces
    Wcd heeft drie verschillende interface om uit een lijst van treffers te
    kiezen. De interface kan gekozen worden bij het bouwen van Wcd.

    De eerste interface gebruikt standaard in- en uitvoer. Een genummerde
    lijst wordt in de terminal geprint. De gebruiker kan kiezen uit de lijst
    door een nummber te typen gevolgd door <Enter>. Deze interface biedt
    geen terug-blader functionaliteit bij een lange lijst. De terug-blader
    functionaliteit van de terminal/console moet gebruikt worden. Deze
    interface is heel klein en overdraagbaar.

    De tweede interface is gebouwd met de conio bibliotheek. Het biedt een
    ingebouwde terug-blader functie. De gebruiker wordt een lijst
    gepresenteerd, genummerd met letters. Het kiezen uit de lijst kan gedaan
    worden met een enkele toetsaanslag van een letter. Deze interface is
    snel, omdat het toetsaanslagen bespaart. Wanneer mogelijk wordt het
    scherm hersteld na afsluiten. Iemand die prefereert nummers te typen kan
    de -N optie gebruiken.

    De derde bibliotheek is gebouwd met de curses bibliotheek. Het is gelijk
    aan de conio interface. De curses versie van wcd heeft een extra
    'grafische' interface. Het laat de gebruiker een map kiezen via een
    vol-scherm interactieve mappenboom verkenner. Het heeft vim(1) gelijke
    navigatie en zoek methodes. Het kan geactiveerd worden met de optie -g.

    Door de -o optie te gebruiken kan men altijd terugvallen op de standaard
    in- en uitvoer interface.

OPTIES
    -a  Voeg huidig pad to aan het standaard boomdata-bestand.

        Gebruik deze optie om snel het huidige pad toe te voegen aan het
        standaard boomdata-bestand. Het opnieuw scannen van de complete
        schijf kan soms lang duren.

    -aa Voeg het huidige en alle bovenliggende paden toe aan het standaard
        boomdata-bestand.

    -A PAD
        Scan mappenboom vanaf *PATH* en voeg toe aan het standaard
        boomdata-bestand. Voorbeelden:

            wcd -A .
            wcd -A /home -A /etc
            wcd -A d: -A e: -A \\server\share

        Op Windows kan men alle gedeelde mappen van een Windows LAN server
        scannen door iets te typen als: "wcd -A \\servername".

        Zie ook opties -S en -s en -E.

    -b  Verban het huidige pad.

        Wcd plaatst het huidige pad in het ban-bestand. Dit betekent dat wcd
        alle treffers van deze map en zijn sub-mappen negeert.

        Het ban-bestand kan gewijzigd worden met een tekstbewerker. Gebruik
        van jokertekens wordt ondersteund en namen worden vergeleken met het
        volledige pad.

        Verbannen paden worden niet uitgesloten van het scannen van de
        schijf. Gebruik optie -xf om dat te doen.

    -c, --direct-cd
        Directe CD modus. Standaard werkt wcd als volgt:

            1. Probeer een treffer te vinden in een boomdata-bestand.
            2. Wanneer geen treffer, probeer het getypte pad te openen.

        In directe CD modus werkt wcd in omgekeerde volgorde.

            1. Probeer het getypte pad te openen.
            2. Indien niet gelukt, probeer een treffer te vinden in een boomdata-bestand.

    -d SCHIJF
        Stel schijf in voor stapel- en go-script (alleen DOS).

        Het stapelbestand en go-script worden standaard opgeslagen op schijf
        C: wanneer omgevingsvariabele *HOME* niet ingesteld is. Gebruik deze
        optie wanneer SCHIJF een alleen-lezen schijf is. Deze optie moet
        gebruikt worden vooraf aan stapel opties -, + en =.

    -e  Voeg huidig pad toe aan het extra boomdata-bestand.

        Gebruik deze optie om snel het huidige toe te voegen aan het extra
        boomdata-bestand.

    -ee Voeg het huidige en alle bovenliggende paden toe aan het extra
        boomdata-bestand.

    -E PAD
        Scan mappenboom vanaf *PAD* en voeg het toe aan het Extra
        boomdata-bestand.Zie ook opties -A en -S.

    -f BESTAND
        Lees boomdata-bestand *BESTAND*. Lees niet het standaard
        boomdata-bestand.

    +f BESTAND
        Lees boomdata-bestand *BESTAND* bovenop het standaard
        boomdata-bestand.

    -g  Grafische interface (alleen in versie met curses interface).

        Wcd start een tekstuele curses gebaseerde 'grafische' interface. De
        gebruiker kan een map selecteren via een vol-scherm interactieve
        mappenverkenner. Het heeft een vim(1) achtige navigatie en zoek
        methode.

        Wanneer geen zoekstring gegeven is presenteert wcd de gehele boom
        die in het standaard en het extra boomdata-bestand staat.

        Wanneer een zoekstring gegeven is wordt de trefferlijst
        gepresenteerd als een mappenboom

        De standaard boom opmaak is gelijk aan de boomopmaak van de
        originele NCD op DOS. Het verschil in opmaak is dat in NCD alle
        mappen van dezelfde diepteniveau verticaal uitgelijnd waren over de
        hele boom. Dit was mogelijk in NCD, omdat de maximale breedte van
        een mapnaam in DOS 12 (8.3) tekens was. Op moderne
        besturingssystemen kunnen namen erg lang zijn. Daarom zijn mappen
        met dezelfde diepte in wcd niet verticaal uitgelijnd over de hele
        boom, maar alleen in sub-takken. Daarom is er wat zijdelingse
        beweging wanneer recht omhoog of omlaag bewogen wordt van de ene
        sub-tak naar de ander sub-tak.

        Het navigatie gedrag in wcd is exact hetzelfde als in de originele
        NCD. Bijvoorbeeld wanneer je de Omlaag knopt drukt ga je omlaag naar
        de volgende map met dezelfde diepte, springend over takken. Dit
        maakt snelle navigatie door de boom mogelijk.

        Zie opties -Ta, -TC, en -TC om het navigatiegedrag te veranderen.

    -gd Dump de boomdatabestanden als een boom naar standaard uitvoer.

    -G PAD
        Schrijf go-script in map *PAD*. Bijvoorbeeld op Unix, "wcd -G PAD"
        zal een go-script schrijven in PAD/wcd.go.

    -GN, --no-go-script
        Maak geen go-script aan. Deze optie kan gebruikt worden in
        combinatie met de optie -j wanneer men wil dat wcd geen go-script
        aanmaakt.

    -h, --help
        Toon helptext en sluit af.

    -i, --ignore-case
        Hoofdletterongevoelig. DOS en Windows versies van wcd zijn standaard
        hoofdletterongevoelig. Unix/Cygwin versies zijn standaard
        hoofdlettergevoelig.

    +i, --no-ignore-case
        Hoofdlettergevoelig. Zie ook optie -i.

    -I, --ignore-diacritics
        Ongevoelig voor diakritische tekens voor Latijnse geschriften.
        Letters met een diakritisch teken treffen hun basisletter zonder
        diakritisch teken. De volgende Latijnse coderingen worden
        ondersteund: CP437, CP850, CP852, CP1250, CP1252, ISO-8859-1,
        ISO-8859-2, en Unicode Latin-1, Latin Extended-A, en Latin
        Extended-B. Zie ook <http://nl.wikipedia.org/wiki/Diakritisch_teken>

    +I, --no-ignore-diacritics
        Gevoelig voor diakritische tekens (standaard). Zie ook optie -I.

    -j, --just-go
        Ga-nou-maar modus.

        In deze modus zal wcd geen lijst tonen wanneer er meer dan een map
        is die treft met de ingegeven map. Wcd zal veranderen naar de eerste
        optie. Wanneer wcd opnieuw aangeroepen wordt met hetzelfde argument,
        zal wcd veranderen naar de volgende optie, en zo verder.

        Wcd print de map waar naar te gaan naar standaard uitvoer. Zo kan
        een andere installatie methode gebruikt worden. Men zou de volgende
        functie kunnen maken voor een POSIX compatibele shell:

            wcd ()
            {
                cd "$($HOME/bin/wcd.exe -j $@)"
            }

        Wanneer je een oude shell gebruikt die geen "$()" opdracht
        vervanging ondersteunt, moet je de oude stijl opdrachtvervanging
        gebruiken met accent graves.

            wcd ()
            {
                cd "`$HOME/bin/wcd.exe -j $@`"
            }

        Op Windows systemen, wanneer men 4NT shell draait, kan men de
        volgende alias maken:

            alias wcd `cd %@execstr[wcdwin32.exe -z 0 -j %1]`

        Deze methode elimineert de noodzaak voor het go-script, zodat men de
        optie -GN in combinatie met -j kan gebruiken.

    -k, --keep-paths
        Bewaar paden.

        Bewaar paden in boomdata-bestanden wanneer wcd er niet naar kan
        veranderen. Het standaard gedrag van wcd is dat het probeert de
        paden te verwijderen uit het boomdata-bestand wanneer wcd niet naar
        ze kan veranderen. Met deze optie wordt dit gedrag uitgeschakeld.

    -K, --color
        Gebruik kleuren in grafische modus.

    -l ALIAS
        Noem het huidige pad *ALIAS*. Wcd plaatst het huidige pad met alias
        *ALIAS* in het alias-bestand. Aliassen zijn hoofdlettergevoelig.

    -m MAP
        Maak map en voeg toe aan boomdata-bestand.

    -L, --license
        Print de distributie licentie.

    -M MAP
        Maak map en voeg toe aan extra boomdata-bestand.

    -n PAD
        Lees relatief boomdata-bestand vanaf *PAD*.

        Lees niet het standaard boomdata-bestand. Het relatieve
        boomdata-bestand zou al gemaakt moeten zijn met de wcd optie +S.
        *PAD* mag ook direct naar een bestand wijzen.

        Een voorbeeld. Stel een ander systeem is gekoppend aan koppeling
        "/mnt/network":

            wcd -n /mnt/network src

        Wcd opent het relatieve boomdata-bestand in "/mnt/network/". The
        bestand bevat de paden relatief vanaf dat punt.

    +n PAD
        Lees relatief boomdata-bestand bovenop het standaard
        boomdata-bestand. Zie optie -n.

    -N, --numbers
        Gebruik nummers in plaats van letters.

        Wcd met een conio of curses gebaseerde interface (zie paragraaf
        INTERFACE) presenteert een trefferlijst standaard genummerd met
        letters. Wanneer de optie -N is gebruikt wordt de trefferlijst
        genummerd met nummers. Onafhankelijk van de optie -N kan men een
        letter of een nummer typen om een selectie uit de lijst te maken.

    -o  Gebruik standaard invoer/uitvoer interface.

        Wanneer om een of andere reden de conio of curses interface van wcd
        niet werkt kan men terugvallen op de standaard invoer/uitvoer
        interface van wcd door het gebruik van de -o optie.

    -od, --to-stdout
        Dump alle treffers naar standaard uitvoer.

    -q, --quiet
        Stillere werking. Het printen van de uiteindelijke treffer wordt
        onderdrukt.

    -r MAP
        Verwijder map en verwijder uit boomdata-bestand.

        Als de map leeg is zal wcd het verwijderen, en proberen het te
        verwijderen uit het boomdata-bestand.

    -rmtree MAP
        Recursief map verwijderen en verwijderen uit boomdata-bestand.

        Wcd zal de map verwijderen en al zijn sub-mappen en bestanden, en
        verwijdert de mappen uit het boomdata-bestand.

    -s  (her)scannen schijf vanaf $HOME map. Als *HOME* niet gedefinieerd
        is, wordt de schijf gescant vanaf hoofdmap /.

        Het bestaande standaard boomdata-bestand is overschreven.

        De standaard scan map kan overstemd worden met omgevingsvariabele
        "WCDSCAN". Zie sectie OMGEVINGSVARIABELEN.

    -S PAD
        Scan mappenboom vanaf *PAD* en overschrijf het standaard
        boomdata-bestand. Zie ook opties -A, -s en -E. B.v. met optie -A kun
        je een standaard boomdata-bestand maken naar eigen smaak.
        Bijvoorbeeld:

        Unix:

            wcd -S /
            wcd -S /home -A /etc -A /usr

        DOS/Windows:

            wcd -S c:/
            wcd -S c: -A d: -A \\server\share

        Met de Windows versies kan men alle gedeelde mappen scannen van een
        Windows LAN server door iets een typen als: "wcd -S \\servernaam".

    +S PAD
        Scan schijf vanaf *PAD* en plaats relatieve paden in het relatieve
        boomdata-bestand. Dit bestand wordt gebruikt door de -n en +n opties
        van wcd. B.v. "wcd -n PAD src".

    -t  Verwijder niet tmp koppelmap "/tmp_mnt" (alleen Unix)

        Wcd verwijderd standaard "/tmp_mnt/" van de treffer. Map "/tmp_mnt"
        wordt gebruikt door de 'auto-mounter'. Dit gedrag kan uitgeschakeld
        worden met de -t optie.

    -T, --ascii-tree
        Teken boom met ASCII tekens. Gebruik deze opties als lijntekens niet
        goed getoond worden in de terminal.

    -Ta, --alt-tree-nav
        Alternatieve manier van navigeren in de grafische boom.

        In de standaard NCD stijl opmaak zet de -Ta optie het springen naar
        ongerelateerde mappen uit.

        In compacte-boom-modus maakt de alternatieve mode de navigatie
        gelijk aan de navigatie in GUI bestandsverkenners zoals de Windows
        Verkenner of Linux KDE Konqueror. Omhoog en Omlaag drukken beweegt
        de geselecteerde map één regel op en neer. Links drukken vouwt eerst
        de sub-mappen in en de volgende beweging naar links gaat echt naar
        links.

        U kunt onmiddellijk tussen standaard en alternatief navigeren
        schakelen door <Shift-A> te drukken.

        Wanneer alternatieve navigatie aan staat, ziet u een "A" in de
        rechter onderhoek.

    -TC, --center-tree
        Gecentreerde weergave in de grafische boom. De geselecteerde map
        blijft in het midden van het scherm. De gecentreerde modus kan ook
        aan- en uitgeschakeld worden met de <t> toets in de grafische boom.

        De standaard niet-gecentreerde weergave, die boombeweging
        minimaliseert, is gelijk aan hoe het in de originele NCD was.

    -Tc, --compact-tree
        Standaard wordt de 'grafische' boom getekend op dezelfde manier
        zoals de originele NCD op DOS het deed. In DOS kon een pad in totaal
        slechts 66 tekens bevatten. Met de diepe mappenstructuur van vandaag
        kan de boom erg breed worden. Om dit te beheersen kan wcd de boom op
        een compacte manier tekenen, gelijk aan de meeste GUI
        mappenverkenners, met één map per regel. Gebruik optie -Tc of
        schakel onmiddellijk met de <m> toets.

    -Td, --cjk-width
        Oude Oost-Aziatische CJK (Chinees, Japans, en Koreaans) fonts hebben
        bepaalde letters en lijnsymbolen met een kolombreedte van 2, terwijl
        de normale Unicode breedte voor deze tekens 1 kolom is. Bijvoorbeeld
        het Chinese CP936 raster font op Windows en het Simsun font. Gebruik
        deze optie voor een juiste uitlijning van de grafische boom wanneer
        een oud CJK font gebruikt wordt.

        Wanneer CJK modus actief is, ziet u een "C" in de rechter onderhoek.

    -u GEBRUIKER
        Scan boomdata-bestand van een andere gebruiker gebaseerd op
        *GEBRUIKER*, scan niet het eigen boomdata-bestand. Zie ook paragraaf
        OMGEVINGSVARIABELEN voor *WCDUSERSHOME*.

        Op Unix/Cygwin wordt aangenomen dat de basismap voor de thuismap
        voor gebruikers "/home" is. Wcd zal zoeken naar
        "/home/GEBRUIKER/.treedata.wcd" en
        "/home/GEBRUIKER/.wcd/.treedata.wcd", in deze volgorde, en de eerste
        lezen die bestaat en leesbaar is. Op DOS/Windows wordt aangenomen
        dat de basismap voor de thuismap van gebruikers "\\users" is, dus
        wcd probeert te lezen "\\users\GEBRUIKER\treedata.wcd" en
        "\\users\GEBRUIKER\.wcd\treedata.wcd".

    +u GEBRUIKER
        Lees het standaard boomdata-bestand van GEBRUIKER bovenop uw eigen
        boomdata-bestand.

    -v, --verbose
        Toon gedetailleerde berichten. Met deze optie toont wcd alle
        filters, verbannen mappen en uitsluitingen.

    -V, --version
        Programmaversie tonen en afsluiten.

    -w, --wild-match-only
        Alleen jokervergelijkingen. Behandel alle treffers als
        jokertreffers.

    -x PAD
        *PAD* uitsluiten van scannen.

        Wanneer deze optie gebruikt is zal wcd *PAD* uitsluiten en al zijn
        sub-mappen wanneer wcd een schijf scant. Jokertekens worden
        ondersteund en vergeleken met absolute paden. Optie -x kan meerder
        keren gebruikt worden.

            wcd -x <path1> -x <path2> -s

        Optie -x moet vooraf gaan aan elke scan optie (-s, -S, +S, -A, -E).

        Op DOS/Windows systemen moet men de schijfletter specificeren
        afhankelijk van of omgevingsvariabele *HOME* or *WCDHOME*
        gedefinieerd is. Wanneer *HOME* of *WCDHOME* gedefinieerd is moet
        men de schijfletter specificeren. Een voorbeeld:

            wcd -x c:/temp -S c:

        Specificeer anders geen schijfletter.

            wcd -x /temp -s

    -xf BESTAND
        Alle paden uit bestand *BESTAND* uitsluiten van scannen.

        Wanneer deze optie gebruikt is zal wcd alle paden genoemd in
        *BESTAND* uitsluiten en al hun sub-mappen wanneer wcd een schijf
        scant. Jokertekens worden ondersteund en vergeleken met absolute
        paden, een pad per regel. Wees bewust dat wcd spaties aan het begin
        of einde op een regel niet zal negeren, omdat het geldige tekens
        zijn in een mapnaam. Optie -xf can meerdere keren gebruikt worden.
        Wanneer men alle verbannen paden wil uitsluiten van scannen zou het
        volgende gedaan kunnen worden (voorbeeld voor wcd op Unix):

            wcd -xf ~/.ban.wcd -s

        Jokertekens worden ondersteund. Om bijvoorbeeld al uw Subversion
        mappen met administratieve bestanden uit te sluiten, voeg een regel
        toe met "*/.svn".

        Optie -xf moet vooraf gaan aan elke scan optie (-s, -S, +S, -A, -E).

    -y, --assume-yes
        Op alle vragen Ja als antwoord aannemen.

        Wcd zal de gebruiker geen ja/nee vraag stellen, maar neemt aan dat
        de gebruiker ja antwoordt op alle vragen. Dit kan gebruikt worden in
        combinatie met optie -rmtree. Deze optie moet voorafgaand gebruikt
        worden aan opties die tot ja/nee vragen kunnen leiden.

    -z GETAL
        Stel maximum stapelgrootte in op GETAL.

        De standaard grootte van de stapel is 10. Stapelwerking kan uitgezet
        worden door de grootte op 0 in te stellen. Deze optie moet
        voorafgaand aan elke stapel optie (-, +, =) gebruikt worden. Anders
        wordt de stapelgrootte teruggezet naar de standaard 10.

        Een correcte opdracht is:

            wcd -z 50 -

        De nieuwe stapelgrootte zal 50 zijn, wcd gaat een map terug. Een
        foute opdracht is:

            wcd - -z 50

        Wcd gaat een map terug, de stapel krijgt de standaard grootte 10. -z
        50 wordt genegeerd.

        Voeg deze optie als eerste toe aan uw wcd alias of functie. B.v.
        voor een POSIX compatibele shell zou dit zijn:

            wcd ()
            {
                wcd.exe -z 50 "$@"
                . ${WCDHOME:-${HOME}}/bin/wcd.go
            }

    -[GETAL]
        Map GETAL keer op stapel zetten. Standaard is een.

        Ga een map terug. Opdracht "wcd -" gaat een map terug. Voeg een
        nummer toe om meer mappen terug te gaan. B.v. opdracht "wcd -3". De
        stapel is cyclisch.

    +[GETAL]
        Map GETAL keer van stapel halen. Standaard is een.

        Ga een map vooruit. Opdracht "wcd +" gaat een map vooruit. Voeg een
        nummer toe om meerdere mappen vooruit te gaan. B.v. opdracht "wcd
        +2". De stapel is cyclisch.

    =   Stapel tonen.

        Gebruik deze optie als u niet meer weet waar u in de stapel zit. De
        stapel wordt getoond en u kan een nummer kiezen. De huidige plaats
        in de stapel is gemarkeerd met een sterretje "*".

INSTALLATIE
    De huidige werkmap in een Unix shell kan alleen veranderd worden door de
    ingebouwde cd(1) opdracht. Daarom wordt het programma altijd aangeroepen
    door een functie of alias. De functie of alias leest een script
    (go-script) in dat gegenereerd is door het wcd programma. Wcd kan alleen
    werken nadat de functie of alias gedefinieerd is.

    Een andere belangrijke invloed op uw installatie is de definitie van de
    omgevingsvariabelen *HOME* en *WCDHOME*. Zie paragraaf
    OMGEVINGSVARIABELEN.

  Installatie voor POSIX type shells
    Voor een POSIX shell (ksh, bash, zsh, etc) op Unix, Linux, Cygwin, of
    MSYS, voeg de volgende functie toe aan het shell opstartbestand (b.v.
    Bash gebruikt "$HOME/.bashrc"):

        wcd ()
        {
            <PAD>/wcd.exe "$@"
            . ${WCDHOME:-${HOME}}/bin/wcd.go
        }

    Vervang *PAD* door de locatie waar het uitvoerbare wcd bestand
    geïnstalleerd is. Laad de shell initialisatiebestanden opnieuw of start
    een nieuwe shell.

    De locatie van het go-script "wcd.go" is anders per shell.

    Wcd voor DJGPP DOS bash heeft een andere functie nodig. Het go-script
    wordt niet in map "bin" geschreven, en wanneer *WCDHOME* en *HOME* beide
    niet gedefinieerd zijn wordt het go-script geschreven in c:/.

        wcd ()
        {
            <PAD>/wcd.exe "$@"
            . ${WCDHOME:-${HOME:-"c:"}}/wcd.go
        }

    De WinZsh versie van wcd is ook een beetje anders. Geen "bin" map.

        wcd ()
        {
            <PATH>/wcd.exe "$@"
            . ${WCDHOME:-${HOME}}/wcd.go
        }

    Zie paragraaf BESTANDEN voor meer informatie.

  Installatie voor C-achtige shells (csh, tcsh)
    Voeg de volgende alias toe aan het shell opstartbestand "$HOME/.cshrc"
    of "$HOME/.tcshrc":

        if ( ${?WCDHOME} ) then
            alias wcd "<PAD>/wcd.exe \!* ; source $WCDHOME/bin/wcd.go"
        else
            alias wcd "<PAD>/wcd.exe \!* ; source $HOME/bin/wcd.go"
        endif

    Vervang *PAD* door de locatie waar het uitvoerbare wcd bestand
    geïnstalleerd is. Laad de shell initialisatiebestanden opnieuw of start
    een nieuwe shell.

  Windows Opdrachtprompt versie
    Pak het zip-bestand uit en voeg map "bin" toe aan omgevingsvariabele
    *PATH*.

    In Windows Opdrachtprompt kan een Windows programma niet de huidige
    werkmap veranderen, maar een .bat bestand kan dat wel. Het batch script
    "wcd.bat" draait het wcd programma dat een nieuw batch script
    "wcdgo.bat" genereert. Daarna start "wcd.bat" "wcdgo.bat" die feitelijk
    de map verandert.

  Windows VISTA en hoger
    In een Windows VISTA en hoger Opdrachtprompt kan men beperkte toegang
    hebben tot mappen. Om toegang tot meer mappen te verkrijgen heeft men
    beheerdersrechten nodig. U kunt een Opdrachtprompt met beheerdersrechten
    verkrijgen door rechts te klikken op het Opdrachtprompt icoon en dan te
    selecteren *Als Administrator uitvoeren*.

  Windows PowerShell versie
    Voeg de volgende functie toe aan uw PowerShell gebruikersprofiel. De
    locatie van dit profiel is opgeslagen in de $profile variabele. Het is
    vereist dat omgevingsvariabele *HOME* of *WCDHOME* gedefinieerd is.

        function wcd
        {
            <PAD>\wcdwin32psh.exe $args
            & $env:HOME\wcdgo.ps1
        }

    Vervang *PAD* met de locatie waar het uitvoerbare wcd bestand
    geïnstalleerd is. Start een nieuwe PowerShell. Wcd voor PowerShell
    ondersteund alleen de bestandssysteem 'provider'. Geen andere
    'providers'.

  OS/2 Opdrachtprompt versie
    In een OS/2 Opdrachtprompt (cmd.exe) kan een OS/2 programma niet de
    huidige werkmap veranderen. Dat is waarom wcd een opdracht-script
    genereert "wcdgo.cmd" welke uitgevoerd moet worden in de huidige shell.
    Het script "wcd.cmd" voert eerst "wcdos2.exe" uit, die vervolgens het
    "wcdgo.cmd" script creëert. Daarna voert "wcd.cmd" het "wcdgo.cmd"
    script uit.

LOKALISATIE
    LANG
        The primaire taal wordt geselecteerd via de omgevingsvariabele
        *LANG*. De variabele *LANG* bestaat uit verschillende onderdelen.
        Het eerste deel is in kleine letters de taalcode. Het tweede deel is
        optioneel en is de landcode in hoofdletters, voorafgegaan door een
        liggend streepje. Er is ook een optioneel derde deel: de
        tekencodering, voorafgegaan door een punt. Enkele voorbeelden voor
        een POSIX-shell:

            export LANG=nl               Nederlands
            export LANG=nl_NL            Nederlands, Nederland
            export LANG=nl_BE            Nederlands, België
            export LANG=es_ES            Spaans, Spanje
            export LANG=es_MX            Spaans, Mexico
            export LANG=en_US.iso88591   Engels, VS, Latin-1 codering

        Voor een complete lijst van taal- en landcodes zie de gettext(1)
        handleiding:
        <http://www.gnu.org/software/gettext/manual/gettext.html#Language-Co
        des> Op Unix-systemen kunt u de opdracht locale(1) gebruiken om
        specifieke taalregio-informatie te verkrijgen.

    LANGUAGE
        Met de omgevingsvariabele *LANGUAGE* kunt u een prioriteitenlijst
        specificeren van talen, gescheiden door dubbele punten. Dos2unix
        geeft voorrang aan *LANGUAGE* boven *LANG*. Bijvoorbeeld, eerst
        Nederlands en dan Duits: "LANGUAGE=nl:de". U moet eerst lokalisatie
        in werking stellen, door het instellen van *LANG* of *LC_ALL* op een
        waarde ongelijk aan "C", voordat u een talen-prioriteitenlijst kunt
        gebruiken via de variabele *LANGUAGE*. Zie ook de gettext(1)
        handleiding:
        <http://www.gnu.org/software/gettext/manual/gettext.html#The-LANGUAG
        E-variable>

        Als u een taal kiest die niet beschikbaar is, worden de standaard
        Engelse berichten gebruikt.

    WCDLOCALEDIR
        Met de omgevingsvariabele *WCDLOCALEDIR* kan de *LOCALEDIR* die
        ingesteld werd tijdens compilatie worden overstemd. *LOCALEDIR*
        wordt gebruikt om de taalbestanden te vinden. De GNU standaardwaarde
        is "/usr/local/share/locale". Door "wcd -V" te typen zal wcd de
        gebruikte *LOCALEDIR* laten zien.

        Als u wcd geïnstalleerd heeft in een andere map dan de standaard map
        kan het nodig zijn om omgevingsvariabele *WCDLOCALEDIR* te
        definiëren om te wijzen naar de locale map.

        Een voorbeeld voor Windows cmd:

            set WCDLOCALEDIR=c:/my_prefix/share/locale

        Een voorbeeld voor een POSIX shell:

            export WCDLOCALEDIR=$HOME/share/locale

    LC_COLLATE
        Wanneer er meerdere maptreffers zijn presenteert wcd een gesorteerde
        lijst. Het sorteren hangt af van de lokalisatie instellingen.
        Wanneer de omgevingsvariabele *LANG* ingesteld is worden de treffers
        gesorteerd als in een woordenboek of telefoonboek in die taal.
        Bijvoorbeeld punten en streepjes worden genegeerd, of letters e met
        en zonder accent zijn gelijk, of sortering is ongevoelig voor hoofd
        en kleine letters.

        De sortering geeft prioriteit aan omgevingsvariabele *LC_COLLATE*
        boven *LANG*. Wanneer u *LC_COLLATE* gelijk maakt aan "C" of
        "POSIX", wordt sortering met lokalisatie uitgeschakeld. Bijvoorbeeld
        als u Nederlandse taal wilt, maar geen Nederlandse sortering, dan
        kunt u iets doen als:

            export LANG=nl_NL
            export LC_COLLATE=C

    LC_CTYPE
        Met betrekking to tekencodering geeft Wcd prioriteit aan variabele
        *LC_CTYPE* boven *LANG*. Bijvoorbeeld om de tekencodering op UTF-8
        te zetten kan de volgende omgevings-instelling gemaakt worden.

            export LC_CTYPE=en_US.UTF-8

    LC_ALL
        Alle lokalisatie omgevingsvariabelen die beginnen met *LC* worden
        overstemd de omgevingsvariabele *LC_ALL* wanneer die ingesteld is.
        Wcd geeft prioriteit aan *LC_ALL* boven *LC_COLLATE* en *LC_CTYPE*.

  WINDOWS CODETABELLEN
    Er zijn twee groepen van codetabellen, DOS codetabellen (OEM) en Windows
    codetabellen (ANSI). De standaard codering voor Windows, wanneer
    geconfigureerd met westerse regionale instellingen, is ANSI CP1252.
    Windows programma's, bijvoorbeeld kladblok, gebruiken deze standaard
    systeem ANSI codetabel. De Windows Opdrachtprompt gebruikt standaard een
    OEM codetabel (CP437 of CP850) voor compatibeliteit met DOS programma's.
    Als u een DOS versie van Wcd in een Windows Opdrachtprompt gebruikt zal
    het werken, vanwege de DOS codetabel. Maar de DOS versie van wcd
    ontbeert ondersteuning voor lange mapnamen en netwerkschijven op
    Windows.

    De Windows versie van wcd is een echt Windows programma en zal de
    Windows systeem ANSI codetabel gebruiken. Dus op een Westers regionale
    Windows zal het de codetabel CP1252 gebruiken voor directory namen en
    berichten. Om een consistente uitvoer te verkrijgen, onafhankelijk van
    de ingestelde codetabel, vertalen alle Windows versies van wcd ANSI
    uitvoer naar Unicode uitvoer in de Opdrachtprompt en PowerShell.

    Het Opdrachtprompt rastertypefont ondersteunt alleen de originele OEM
    codetabel van Windows, dus u moet het Opdrachtprompt font veranderen
    naar Lucida Console om Unicode (en ANSI) tekens correct te laten
    verschijnen.

    Niet-Unicode versies van Wcd *voorafgaande aan versie 5.2.0* gebruiken
    gewone ANSI uitvoer. Voor deze oude versie moet de codetabel van de
    Opdrachtprompt gelijk gemaakt worden aan de systeem codetabel (naar
    1252) om wcd voor Windows goed te laten werken met speciale tekens zoals
    geaccentueerde tekens of een euroteken.

    De Windows systeem codetabel kan veranderd worden via het
    Configuratiescherm Klok, taal en land/regio opties. De Windows
    Opdrachtprompt codetabel wordt veranderd met de "chcp" opdracht.

    Wanneer u "wcd -V" typet, wordt de actuele tekencodering getoond die
    door wcd gebruikt wordt. Type opdracht "chcp" op de actieve codetabel
    van de Opdrachtprompt te tonen.

  UNICODE
    Wcd heeft optioneel ondersteuning voor Unicode. Om te zien of wcd
    gebouwd is met Unicode ondersteuning type "wcd -V". Als uw terminal en
    font het ondersteunen, zou u een euroteken en Chinese tekens (betekenis:
    "Chinees") moeten zien.

    Wcd is *zacht* omgezet naar Unicode. In de kern behandelt wcd alle data
    als een stroom van bytes. Alleen de regels die op het scherm geprint
    worden, worden terstond omgezet naar Unicode brede tekens. Wcd hangt
    volledig af van libc functies en heeft geen UTF-8 specifieke broncode.
    Zie ook <http://www.cl.cam.ac.uk/~mgk25/unicode.html>

    Wcd heeft optioneel ondersteuning voor Unicode vergelijkingen met
    normalisatie. Om er achter te komen of Wcd normalisatie ondersteunt type
    "wcd -V". Wcd met Unicode normalisatie ondersteuning vergelijkt Unicode
    namen gebaseerd op *compatibele* gelijkwaardigheid. Zonder Unicode
    normalisatie worden treffen namen een gelijke wanneer ze binair gelijk
    zijn. Zie ook <http://en.wikipedia.org/wiki/Unicode_normalization>

   UTF-8 op Unix/Linux
    Om UTF-8 tekens te zien moet uw terminal ook UTF-8 ondersteunen. De
    xterm versie die meekomt met XFree86 4.0 of hoger bevat UTF-8
    ondersteuning. Om het te activeren, start xterm(1) in een UTF-8
    taalregio en gebruik een font met iso10646-1 codering, bijvoorbeeld met

        LC_CTYPE=en_GB.UTF-8 xterm -u8 -fn '-Misc-Fixed-Medium-R-SemiCondensed--13-120-75-75-C-60-ISO10646-1'

    Moderne uitgaves van GNU/Linux ondersteunen standaard UTF-8. Andere
    multi-byte tekencoderingen zouden ook moeten werken, maar dat is niet
    getest.

    Wcd veronderstelt dat de boomdata-bestanden gecodeerd zijn in de lokale
    tekencodering. Er worden geen Byte Order Marks geschreven in de
    boomdata-bestanden.

   UTF-16 op Windows
    Op Windows wordt Unicode in alle versies van PowerShell ondersteund, en
    in Windows Opdrachtprompt op Windows 7 (of hoger). Unicode werkt ook in
    Take Command of TCC/LE gemaakt door JP Software, dat gebruikt kan worden
    op oudere Windows versies (XP/Vista).

    In Windows zijn alle mapnamen op schijf gecodeerd in UTF-16 Unicode.
    Voor niet-Unicode Windows programma's worden de tekens vertaald naar de
    standaard ANSI codetabel. Voor tekens die geen onderdeel zijn van de
    regionale instelling is de vertaling niet mogelijk en niet-Unicode
    programma's printen in plaats daarvan een vraagteken of een verkeerd
    teken.

    Wcd met Unicode ondersteuning leest de UTF-16 gecodeerde mappennamen en
    zet ze intern om naar UTF-8. Alle boomdata-bestanden zijn gecodeerd in
    UTF-8 en niet compatibel met de niet-Unicode versie van Wcd. Wcd zal een
    go-script aanmaken gecodeerd in UTF-8.

    Alle versies van Windows PowerShell zijn in staat om in UTF-8 gecodeerde
    scripts te draaien, indien het script is voorzien van een UTF-8 BOM.

    Sinds Windows 7 is het mogelijk om in Windows Opdrachtprompt van map te
    veranderen met een batch script naar een map met Unicode tekens in de
    naam. De mapnaam moet gecodeerd zijn in UTF-8, en het batch script moet
    *geen* BOM bevatten. De actieve codetabel van de Opdrachtprompt moet
    gezet zijn op 65001 (UTF-8) vooraf aan de cd opdracht. Wcd voor
    Opdrachtprompt creëert zo'n go-script "wcdgo.bat". Eerst verandert het
    de codetabel naar 65001, verandert dan de map, en tenslotte wordt de
    codetabel terug gezet naar de originele waarde.

    U moet het font instellen op True Type Lucida Console (niet raster type
    font) wanneer de letters niet correct verschijnen.

    De niet-Unicode Windows versie van Wcd kan Unicode boomdata-bestanden
    lezen sinds versie 5.2.0, indien er een Byte Order Mark (BOM) in het
    bestand zit (zie <http://en.wikipedia.org/wiki/Byte_order_mark>), maar
    kan niet veranderen naar mappen met Unicode tekens in de naam die geen
    onderdeel zijn van de standaard systeem ANSI codetabel. De Unicode
    Windows versie van wcd schrijft een BOM in het UTF-8 gecodeerde
    boomdata-bestand sinds versie 5.2.0, wat ze ook leesbaar maakt voor
    kladblok.

   UTF-8 in Cygwin
    Cygwin ondersteunt Unicode sinds versie 1.7. De Cygwin laag zorgt er
    voor dat de Windows UTF-16 Unicode namen vertaald worden naar UTF-8. Dus
    programma's, zoals wcd, hoeven hier niet bewust van te zijn en kunnen
    werken gebruikmakend van UTF-8 codering als op Unix/Linux. Stel de
    tekencodering in op UTF-8 met de *LANG* of *LC_CTYPE*
    omgevingsvariabele. Het kan nodig zijn dat u de schijven opnieuw moet
    scannen. U dient het font in te stellen op True Type Lucida Console
    (niet raster type font) wanneer u de standaard Cygwin console gebruikt.

    De Cygwin versie gedraagt zich exact gelijk aan de Unix versie van wcd.
    Er wordt geen BOM geschreven in de boomdata-bestanden, en er wordt
    aangenomen dat ze gecodeerd zijn in de Cygwin lokalisatie tekencodering.

BESTANDEN
    Wanneer omgevingsvariabele *WCDHOME* ingesteld is zal wcd *WCDHOME*
    gebruiken in plaats van *HOME*. Alle "*.wcd" bestanden zijn
    tekstbestanden. Ze kunnen bewerkt worden met een tekstbewerker. De
    Windows Opdrachtprompt versie gedraagt zich als de DOS versie. De Cygwin
    versie van wcd gedraagt zich als de Unix versie.

    wcd.exe
        Het programma. In Unix shells wordt het programma altijd aangeroepen
        door een functie of alias, omdat de huidige werkmap alleen veranderd
        kan worden door de ingebouwde cd opdracht. Zie ook paragraaf
        INSTALLATIE.

    standaard boomdata-bestand
        Dit is het standaard boomdata-bestand waarin wcd zoekt naar
        treffers. Wanneer het niet leesbaar is zal wcd een nieuwe aanmaken.

            DOS: \treedata.wcd of %HOME%\treedata.wcd
            Unix: $HOME/.treedata.wcd

    extra boomdata-bestand
        Een optioneel extra boomdata-bestand. Wanneer het bestaat en
        leesbaar is zal wcd ook in dit bestand proberen treffers te vinden.

            DOS: \extra.wcd of HOME%\extra.wcd
            Unix: $HOME/.extra.wcd

     ban-bestand
        In dit optionele bestand plaatst wcd de verbannen paden. Zie optie
        -b. Jokertekens worden ondersteund.

            DOS: \ban.wcd of %HOME%\ban.wcd
            Unix: $HOME/.ban.wcd

    alias-bestand
        Optioneel bestand met wcd aliassen. Zie optie -I.

            DOS: \alias.wcd of %HOME%\alias.wcd
            Unix: $HOME/.alias.wcd

    stapel-bestand
        In dit bestand slaat wcd zijn stapel op. De schijfletter kan
        veranderd worden met de -d optie.

            DOS: c:\stack.wcd of %HOME%\stack.wcd
            Unix: $HOME/.stack.wcd

        De naam van het stapelbestand kan veranderd worden met
        omgevingsvariabele *WCDSTACKFILE*. Zie paragraaf
        OMGEVINGSVARIABELEN.

    go-script
        Dit is het shell-script dat wcd elke keer creëert. Het wordt
        ingelezen via een functie of een alias. De schijfletter kan
        gewijzigd worden met de -d optie. Wegens voorgeschiedenis redenen
        wordt het standaard geplaatst in "$HOME/bin" op Unix systemen. De
        map van dit bestand kan gewijzigd worden met de optie -G.

            DOS bash: c:/wcd.go of $HOME/wcd.go
            Windows Command Prompt: c:\wcdgo.bat of %HOME%\wcdgo.bat
            Windows PowerShell: $env:HOME\wcdgo.ps1
            WinZsh: $HOME/wcd.go
            Cygwin/MSYS: $HOME/bin/wcd.go
            OS/2 Opdrachtprompt: c:\wcdgo.cmd of %HOME%\wcdgo.cmd
            Unix: $HOME/bin/wcd.go

    relatieve boomdata-bestand
        Tekstbestand met relatieve paden vanaf *MAP*. Zie opties +S, -n en
        +n.

            DOS: <path>\rtdata.wcd
            Unix: <path>/.rtdata.wcd

OMGEVINGSVARIABELEN
    HOME
        Wcd gebruikt standaard omgevingsvariabele *HOME* om te bepalen waar
        z'n bestanden op te slaan. Zie ook paragraaf BESTANDEN. Dit kan
        overstemd worden met omgevingsvariabele *WCDHOME*.

        *HOME* bepaalt ook waar te beginnen met het scannen van de schijf
        wanneer optie -s gebruikt wordt. Dit kan overstemd worden met
        omgevingsvariabele *WCDSCAN*.

        Voor de Unix, Cygwin, Windows PowerShell, WinZsh en MSYS versie is
        het vereist dat *HOME* of *WCDHOME* ingesteld is. Voor de andere
        versies van wcd is het gebruik van deze variabelen optioneel.

        Wanneer *HOME* ingesteld is op DOS/Windows, zal wcd al zijn
        bestanden (treedata.wcd, extra.wcd, alias.wcd, ban.wcd, wcd.go) in
        map *HOME* plaatsen. Het gedrag van wcd is dan gelijk aan de Unix
        versie van wcd. Wcd zal de schijf standaard scannen vanaf *HOME*.
        Schijven worden niet automatisch gescant door er naar te veranderen.
        Dat moet wcd expliciet opgedragen worden. B.v.:

            wcd -S c: -A d: -A e:

        Vergelijken van mappen is nu globaal over alle gescande schijven.

    WCDHOME
        Omgevingsvariabele *WCDHOME* kan gebruikt worden om de locatie van
        wcds bestanden te wijzigen. Wanneer zowel *HOME* als *WCDHOME*
        ingesteld zijn, zal *WCDHOME* gebruikt worden in plaats van *HOME*.

        In wcd versies voorafgaand aan 5.1.5 veranderde *WCDHOME* ook de
        standaard scan-map. Dit is veranderd. Sinds versie 5.1.5 verandert
        *WCDHOME* niet de standaard scan-map. Zie optie -s. Gebruik vanaf
        versie 5.1.5 omgevingsvariabele *WCDSCAN* om de standaard scan-map
        te overstemmen.

        Voorbeeld voor DOS, Windows, OS/2 Opdrachtprompt:

            set WCDHOME=C:\Users\erwin\wcd

        Een voorbeeld voor POSIX type shells:

            export WCDHOME="$HOME/.wcd"

        Een voorbeeld voor Csh type shells:

            setenv WCDHOME "$HOME/.wcd"

    WCDSCAN
        Gebruik omgevingsvariabele *WCDSCAN* om de standaard scan-map *HOME*
        te overstemmen. Gebruik een door dubbele punten gescheiden lijst
        (Unix) om meer dan een map te definiëren. Gebruik op DOS/Windows een
        lijst gescheiden door puntkomma's.

        Voorbeelden voor DOS, Windows, OS/2 Opdrachtprompt:

            set WCDSCAN=C:\Users\erwin;D:\data

            set WCDSCAN=%HOMEDRIVE%%HOMEPATH%;\\projectdrive\projectX

        Een voorbeeld voor POSIX type shells:

            export WCDSCAN="$HOME:/projectdisk/projectX"

        Een voorbeeld voor Csh type shells:

            setenv WCDSCAN "$HOME:/projectdisk/projectX"

    WCDFILTER
        Specificeer filters met omgevingsvariabele *WCDFILTER*. Alle mappen
        die niet treffen met het filter worden genegeerd. Een lijst kan
        gespecificeerd worden met het shell pad scheidingsteken. Gelijk aan
        het specificeren van de *PATH* variabele. Hoofdlettergevoeligheid
        wordt bepaald door het besturingssysteem.

        Een voorbeeld voor DOS, Windows, OS/2 Opdrachtprompt:

            set WCDFILTER=projects;doc

        Een voorbeeld voor POSIX type shells:

            export WCDFILTER="projects:doc"

        Een voorbeeld voor Csh type shells:

            setenv WCDFILTER "projects:doc"

    WCDBAN
        De paden gespecificeerd met omgevingsvariabele *WCDBAN* worden
        verbannen door wcd. Zie ook optie -b. Specificeer een lijst van
        paden met het shell *PATH* scheidingsteken.

    WCDEXCLUDE
        De paden gespecificeerd met omgevingsvariabele *WCDEXCLUDE* worden
        uitgesloten door wcd. Zie ook opties -x en -xf. Specificeer een
        lijst van paden met het shell *PATH* scheidingsteken.

        Een voorbeeld voor DOS, Windows, OS/2 Opdrachtprompt:

            set WCDEXCLUDE=*/windows;*/temp;*CVS

        Een voorbeeld voor POSIX type shells:

            export WCDEXCLUDE="/dev:/tmp:*CVS"

        Een voorbeeld voor Csh type shells:

            setenv WCDEXCLUDE "/dev:/tmp:*CVS"

    WCDUSERSHOME
        Stel de basis in de de thuismappen van de gebruikers. Op DOS/Windows
        is de standaard waarde "\\users". Op Unix/Cygwin is de standaard
        waarde "/home". Deze variabele wordt gebruikt om boomdata-bestanden
        van andere gebruikers te scannen. Zie ook opties -u en +u. In
        gedetailleerde uitvoer-modus zal wcd alle filters, verbanningen en
        uitsluitingen tonen. Zie ook optie -v.

    WCDSTACKFILE
        Wcd geeft prioriteit aan *WCDSTACKFILE* boven de standaard
        stapelbestandsnaam (zie paragraaf BESTANDEN). Met deze variabele kan
        elke shell (of terminal) zijn eigen privé stapel voor mappen hebben.

        Om een uniek tijdgebaseerde YYYYMMDD-HHMMSS bestand voor elke
        geopende interactieve shell te gebruiken.

            export WCDSTACKFILE=$HOME/.wcd/stack.$(date +%Y%m%d-%H%M%S)

        Voor een stapel per xterm(1), gebruik de xterm omgevingsvariabele
        *WINDOWID*:

            export WCDSTACKFILE=$HOME/.wcd/stack.$WINDOWID

        Voor GNU screen(1), gebruik een stapel per scherm:

            export WCDSTACKFILE=$HOME/.wcd/stack.$WINDOW

    TERMINFO
        Wanneer omgevingsvariabele *TERMINFO* ingesteld is, controleert wcd
        met ncurses interface of er lokale terminal definities zijn voor op
        de standaard plek te kijken. Dit is nuttig wanneer terminal
        definities niet op een standaard plaats staan. Veel gebruikte
        standaard plaatsen zijn "/usr/lib/terminfo" en
        "/usr/share/terminfo".

    PDC_RESTORE_SCREEN
        Wcd met PDCurses interface herkent de omgevingsvariabele
        *PDC_RESTORE_SCREEN*. Wanneer deze omgevingsvariabele ingesteld is,
        zal PDCurses een kopie maken van de inhoud van het scherm op het
        moment dat wcd gestart is. Wanneer wcd afsluit zal het scherm
        hersteld worden. Een voorbeeld voor Windows Opdrachtprompt:

            set PDC_RESTORE_SCREEN=1

        Wcd laat maar een kleine buffer opslaan. Daardoor is het niet altijd
        mogelijk om alles te herstellen. Er kan wat rommel in de console
        geprint worden als wcd afsluit wanneer u een grote bufferbreedte
        heeft ingesteld.

    SHELL
        Het printen van "#!$SHELL" op de de eerste regel van het go-script
        voor POSIX type shell of C shell is nodig voor 8 bit tekens. Sommige
        shells denken anders dat het go-script een binair bestand is en
        willen het niet inlezen. In Cygwin Bash moet de variabele *SHELL*
        ingesteld zijn met de "export" opdracht, anders kan wcd de variabele
        niet lezen.

    BASH
        Wcd voor DOS bash gebruikt $BASH in plaats van $SHELL, omdat $SHELL
        verwijst naar de DOS Opdrachtprompt. Het kan nodig zijn dat men
        $BASH met een "export" opdracht moet definiëren, anders kan wcd de
        variabele niet lezen.

ZIE OOK
    sh(1), bash(1), csh(1), ksh(1), zsh(1), locale(1), ncurses(1),

AUTEURS
    Wcd is geschreven door Erwin Waterlander <waterlan@xs4all.nl>

    Project beginpagina <http://waterlan.home.xs4all.nl/>

    SourceForge: <http://sourceforge.net/projects/wcd/>

    Freecode: <http://freecode.com/projects/wcd/>

    De opmaak van de handleiding was verzorgd door Jari Aalto
    <jari.aalto@cante.net>.

    NCD was oorspronkelijk geschreven door Brad Kingsbury voor Peter
    Norton's "Norton Utilities" omstreeks 1987. Zie ook
    <http://www.softpanorama.org/OFM/norton_change_directory_clones.shtml>

